Bedrijven kunnen geen vakantiedagen opnemen van werknemers die ouderschapsverlof genieten: deze blijven volgens de Hoge Raad gegenereerd worden

Nieuws
Een wandelend gezin |EFE

WhatsApp-pictogram
linkedin-pictogram
telegrampictogram

Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld de tijd waarin u geniet van de ouderschapsverlof telt mee als effectief werk voor de opbouw van vakantie. Met andere woorden, zelfs als u niet werkt, blijven er tijdens deze periode vakanties worden gegenereerd Er gaan geen dagen verloren door het aanvragen en genieten van deze vergunning. De High Court is van oordeel dat dit recht geen ongunstige behandeling of verlies van arbeidsvoorwaarden kan impliceren.

Ook de Hoge Raad heeft dat duidelijk gemaakt Wanneer het verlof discontinu wordt genoten, moet dit in wekelijkse perioden gebeurenwaarbij wordt verworpen dat het kan worden opgedeeld in perioden van minder dan een week. Het eerste dat u moet weten is dat dit ouderschapsverlof is opgenomen in artikel 48 bis van de Arbeidersstatuutwaarin wordt vastgelegd dat “werkende mensen het recht hebben op ouderschapsverlof, om voor een zoon, dochter of pleegminderjarige te zorgen voor een periode van meer dan een jaar, totdat de minderjarige acht jaar oud wordt.”

Op dezelfde manier geeft de regel aan dat de vergunning voor maximaal 8 weken ‘continu of discontinu’ is en dat er ‘fulltime of op parttime basis van kan worden genoten, in overeenstemming met wat in de regelgeving is vastgelegd’. Een ontwikkeling op het gebied van de regelgeving die zich niet heeft voorgedaan en waarvoor juist verschillende arbeidsconflicten hebben plaatsgevonden, zoals deze over vakanties.

Het conflict in kwestie

Het conflict ontstaat als gevolg van een collectieve rechtszaak die door verschillende vakbonden is aangespannen tegen een zorginstelling, omdat zij, om van ouderschapsverlof te kunnen genieten, een minimumperiode van één week nodig hadden wanneer dit discontinu werd aangevraagd. En bovendien hebben ze de vakantiedagen van de werknemer die verlof had opgenomen proportioneel verminderd, aangezien het contract gedurende die periode was opgeschort en er geen vakantiedagen waren gegenereerd.

Aanvankelijk wees het Hooggerechtshof van Catalonië de rechtszaak af en oordeelde in het voordeel van het bedrijf. Daarom hebben de vakbonden cassatieberoep ingediend bij het Hooggerechtshof.

Vakanties worden gegenereerd tijdens het genot van de vergunning

Het Hooggerechtshof heeft het beroep van de vakbonden gedeeltelijk toegewezen. In de eerste plaats verklaarde zij dat de praktijk van het bedrijf op het gebied van vakanties niet in overeenstemming was met de wet, waarbij werd bepaald dat er bij het opnemen van ouderschapsverlof wel vakantie plaatsvindt.

Het bedrijf voerde aan dat ouderschapsverlof volgens artikel 45.1 o) van het werknemersstatuut een opschorting van de arbeidsovereenkomst inhoudt en, door de algemene regel van evenredigheid toe te passen, geen recht op vakantie mag opleveren. De Hoge Raad stelt echter vast dat ouderschapsverlof een uitzondering op deze algemene regel vormt.

Het Hooggerechtshof baseert zich op Europese regelgeving (de Verzoeningsrichtlijn 2019/1158) en op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU), en concludeert dat gemeenschapsregels het recht vastleggen om de arbeidsomstandigheden te handhaven en te profiteren van verbeteringen tijdens het verlof, om verzoening te bevorderen en een ongunstige behandeling (discriminatie) bij het uitoefenen van deze rechten vermijden.

Net zoals de jurisprudentie van het HvJ-EU destijds bepaalde dat zwangerschapsverlof een uitzondering is en moet tellen als de tijd die wordt besteed aan het genereren van vakanties (ter bescherming van de biologische toestand en de band met het kind), vereist de huidige evolutie van de regelgeving richting medeverantwoordelijkheid dat dit criterium wordt geünificeerd.

Daarom, De Hoge Raad legt uit dat bescherming gericht op het bevorderen van de band tussen ouders en hun kinderen onder gelijke omstandigheden moet worden toegepast. Bijgevolg moet de periode waarin de werknemer ouderschapsverlof geniet, worden beschouwd als “effectieve arbeidstijd” voor de exclusieve doeleinden van de berekening van deze periode om de duur van zijn jaarlijkse vakantie te bepalen.

Op deze manier maakt het Hooggerechtshof duidelijk dat werknemers geen vakantiedagen verliezen door het opnemen van ouderschapsverlof, waarbij deze periode wordt meegeteld bij de opbouw van vakantiedagen.

Er moet minimaal een week van worden genoten

De Hoge Raad was het op zijn beurt wel met de vennootschap eens over de wijze van genieten, waardoor de vergunning niet voor perioden korter dan een week kon worden aangevraagd.

Het Hooggerechtshof is gebaseerd op een grammaticale interpretatie van artikel 48 bis van het Arbeidersstatuut, aangezien dat artikel bepaalt dat de vergunning “een duur zal hebben van niet meer dan acht weken, continu of discontinu”, waarbij de wet wordt gebruikt als zelfstandig naamwoord “weken” in vrouwelijke en meervoudsvorm.

Op basis van deze formulering begrijpt de Hoge Raad dat als de werknemer kiest voor discontinu genot, dit in onderbroken wekelijkse perioden moet gebeuren. Deze interpretatie, vermeld in de uitspraak (STS 529/2026), is in lijn met de regelgeving die van toepassing is op andere vergunningen (zoals geboorte en verzorging van minderjarigen) en met het kader van Richtlijn (EU) 2019/1158, die staten toestaat deze tijdseenheden vast te stellen.