Het Hooggerechtshof van Baskenland heeft dat gedaan veroordeelde een bedrijf tot het betalen van een schadevergoeding van 10.000 euro aan een werknemer omdat, op twee loonlijsten, ze zetten een ‘buzz’ op het concept van genoemde bankoverschrijvingen. Justitie is van mening dat het gebruik van deze term in een werkcontext een schending van het recht op eer vormt, ook al wordt deze term niet breed verspreid.
De vrouw werkte sinds oktober 2019 als administrateur in het bedrijf en een van de twee partners die het verzonnen was haar ex-man. Hiermee kregen ze in 2021 een gemeenschappelijk kind geboren met een erkende handicap en raakten beiden verwikkeld in een omstreden echtscheidingsprocedure. Daarnaast had zij in september 2023 een klacht ingediend wegens gendergeweld, wat in januari 2025 resulteerde in een voorlopig ontslagbesluit.
Als achtergrond moet ook rekening worden gehouden met het feit dat hij sinds september 2021 verschillende keren ziekteverlof heeft gehad en sinds 18 november 2024 de uitkering heeft ontvangen voor de zorg voor minderjarigen die getroffen zijn door kanker of een andere ernstige ziekte. Vanwege zijn situatie vroeg hij in november 2024 om te kunnen telewerken, maar het bedrijf wees zijn verzoek af en beëindigde de kwestie voor de rechtbank (de TSJ van Baskenland bevestigde zijn claim en erkende dit recht).
Dit wetende, ontving de vrouw op 29 november 2023 twee bankoverschrijvingen van het bedrijf die overeenkomen met de loonlijsten voor september en oktober 2023, waarin in het vakje voor de overschrijvingsopdracht van de begunstigde “zumbada” stond. De andere partner erkende dat hij degene was die de twee overboekingen heeft gedaan.
De werknemer eist en krijgt een schadevergoeding van 10.000 euro
Na ontvangst van de loonstroken besloot de werknemer aangifte te doen bij de rechtbank en een schadevergoeding te eisen. In eerste instantie wees de arbeidsrechtbank zijn vordering echter af. Omdat hij niet tevreden was, besloot hij deze uitspraak aan te vechten en beroep aan te tekenen bij het Hooggerechtshof van Baskenland.
Deze rechtbank was het met hem eens en bevestigde zijn beroep erkennen dat er sprake was van een schending van zijn recht op eer. De magistraten gaven aan dat de uitdrukking ‘zumbada’ beledigend is en niet kan worden toegelaten. Dit werd gebruikt in de context van een arbeidsrelatie waarbij de salarissen via een bankoverschrijving werden betaald en niet beantwoordde aan een privéomgeving, aangezien de werknemers van de bank er toegang toe konden hebben.
De rechtbank wijst er voorts op dat het niet haar ex-partner was die deze overdrachten heeft gedaan, maar de andere partner. Omdat er tussen hen geen persoonlijke of intieme relatie bestond, begrepen zij dat de eer van de vrouw in werkcontext ernstig werd geschaad. Bijgevolg voegden ze eraan toe dat deze overtreding hersteld moest worden, omdat het een zeer ernstige overtreding is volgens artikel 8.11 van de LISOS, dat sancties oplegt aan “daden van de werkgever die in strijd zijn met het respect voor de privacy en de gepaste aandacht voor de waardigheid van werknemers.”
Rekening houdend met de sancties die ook in het LISOS zijn opgenomen, hebben zij de schadevergoeding vastgesteld op 10.000 euro, aangezien dit bedrag in minimale mate gelijk is aan de boete die voor genoemde overtreding is opgelegd. Tegen deze uitspraak was het mogelijk beroep tot unificatie van de leer in te stellen bij de Hoge Raad.